Factoren die je hartslag beïnvloeden
Naast de intensiteit van de sessie en je conditiepeil zijn er nog een aantal factoren die je hartslag tijdens een training beïnvloeden:
De gekozen sport
Hartslagwaarden kunnen verschillen van sport tot sport omdat meer of minder spiergroepen aangesproken worden. Ook ervaring en techniek spelen een rol. Hardlopen zorgt meestal voor de hoogste maximale hartslag bij een inspanningstest. Bij fietsen en roeien ligt die bij een gelijkaardige test doorgaans 10 tot 15 slagen lager. Dit betekent dat je voor die sporten je trainingszones 5 à 10 slagen lager mag leggen dan voor het lopen.
Warmte en luchtvochtigheid
Warmte en luchtvochtigheid beïnvloeden je hartslag.
• Bij warm weer en bij een hoge luchtvochtigheid zal je hartslag geleidelijk stijgen tijdens de training, zelfs als je niet sneller gaat lopen. Dit komt omdat je ‘airconditioning' moet werken. Voldoende vocht opnemen is dan heel belangrijk. Want tijdens een inspanning produceert je lichaam veel energie in de vorm van warmte en die warmte moet afgevoerd worden door te zweten. Een hoge luchtvochtigheid vermindert het effect van zweten, dus je koelt minder goed af, waardoor je lichaamstemperatuur en je hartslag nog meer stijgen.
• Maar ook bij warm weer en een lage luchtvochtigheid zal je hartslag nog stijgen door de extra arbeid die je hart moet leveren om je lichaam af te koelen.
Het is niet ongewoon dat je hartslag in dit soort omstandigheden 5 tot 10 slagen hoger ligt dan normaal. Gebruik daarom naast je hartslagmeter ook je subjectieve gevoel om de gepaste snelheid te kiezen.
Hydratatie
Dehydratatie (uitdroging) kan je hartslag doen stijgen, omdat je bloedvolume daalt en je lichaam te weinig water heeft om je lichaamstemperatuur te regelen. Dehydratatie kan zowel bij koud als bij warm weer voorkomen. Wanneer je merkt dat je hartslag stijgt zonder dat je tempo verandert, moet je meer drinken.
Hoogte
Op grote hoogte is de lucht ijler, wat betekent dat de luchtdruk lager is. De luchtdruk zorgt er mee voor dat zuurstof in je longen stroomt. Minder druk betekent dat je hart sneller moet werken om de zuurstof in je spieren te krijgen. Resultaat is een hogere hartslag op grote hoogte zowel in rust als tijdens inspanning. Gelukkig is je lichaam in staat om na enkele dagen (tot maximum twee weken) zich aan te passen aan de hoogte. Wanneer de hartslag in rust weer zakt tot normale waarde ben je geacclimatiseerd.
Wanneer je dus een korte periode op grote hoogte traint, zal het nodig zijn je tempo te verlagen om in je trainingszone te blijven. Het duurt ook langer vooraleer je van een inspanning op grote hoogte recupereert. Herstelmomenten in je trainingsschema kunnen bijgevolg ook meer tijd nemen.
Brandstof
Je spieren verbranden altijd een combinatie van koolhydraten, vetten en proteïnen om energie te leveren. Aan een hogere intensiteit verbruik je meer koolhydraten en minder vetten (het proteïne metabolisme ligt altijd zeer laag). Maar zelfs aan een lage intensiteit heb je sommige koolhydraten nodig om vet te verbranden (vetten verbranden ‘in de vlammen' van de koolhydraten).
Wat heeft dit te maken met je hartslag? Wanneer je tijdens een inspanning een tekort aan koolhydraten krijgt (de voorraad is immers beperkt), zal het moeilijk zijn om je tempo aan te houden. Je gevoel van vermoeidheid stijgt, maar je hartslag daalt. Je valt ‘plat' en de enige oplossing is eten, bij voorkeur koolhydraatrijk voedsel. Een goede vuistregel is dat je altijd energierijk voedsel meeneemt wanneer je sportieve uitstap langer dan twee uur duurt.